Blog

Een bijdrage van Rikus Spithorst van Maatschappij Voor Beter OV

KANTTEKENINGEN BIJ OPLOSSINGSRICHTINGEN MATERIEELTEKORT NS

OV-magazine meldt dat er meerdere mogelijkheden zijn om iets te doen aan het ernstige materieeltekort bij de NS. Reeds in oktober besprak Voor Beter OV ten kantore van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu met NS en ILT een aantal van deze mogelijkheden.

Twee zaken waren opvallend. Het langer aan de praat houden van de stoptreinen MAT64 heette volstrekt onhaalbaar te zijn. Geen onderdelen, geen werkplaats, geen monteurs, aldus de NS. Ook het huren van buitenlandse rijtuigen was onmogelijk, liet de NS ons weten.

Natuurlijk hoopt Voor Beter OV dat de NS alsnog tot bovengenoemde maatregelen zal overgaan. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.  Maar dat neemt niet weg dat er veel op de gang van zaken valt af te dingen. Kort samengevat: óf de NS heeft bij het overleg op het Ministerie niet de waarheid gesproken, óf de NS is out of control: iets wat eerst stellig als onmogelijk werd geacht, blijkt in tweede instantie tóch te kunnen.

Een belangrijke vraag die moet worden beantwoord, is of de NS kostbare tijd heeft verspild.

Ook over de “schuldvraag” valt het een en ander op te merken.

Het is puur NS-beleid om te laat over te gaan tot aankoop van nieuwe treinen. Dat geldt evenzeer voor de voortijdige terzijdestelling en sloop van stoptreinstellen van het type MAT’64 (de discussie moet niet alleen gaan over de terzijdestelling van de laatste 31 exemplaren, maar ook over de slop van vele tientallen exemplaren in de afgelopen periode). Ook heeft de NS willens en wetens zo’n 100 rijtuigen aan de binnenlandse dienst onttrokken om het mislukte Fyra-avontuur op te lossen; de “gewone” binnenlandse reiziger draait dus op voor de gevolgen van de wens van de NS om koste wat het kost de concessie voor de HSL te behouden en andere maatschappijen die zonder roofbouw op de “gewone” treindienst wél een hogesnelheidsdienst hadden kunnen realiseren buiten de deur te houden.

We zijn zeer benieuwd, hoe de NS de problemen nu denkt te gaan oplossen. Suggesties dat bepaalde groepen reizigers dan maar op andere tijden zouden moeten gaan reizen, beschouwen wij in dit kader niet als een oplossing. De NS dient de problemen zélf op te lossen, en deze niet op de reizigers af te wentelen. Dat geldt des te meer voor de studenten: zij hebben onvrijwillig een deel van hun studiefinanciering moeten inleveren in ruil voor een OV-kaart. Het is onvoorstelbaar, dat reizigers die onvrijwillig klant van de NS moeten zijn, als tweederangs passagiers worden beschouwd. Voor Beter OV neemt dan ook met klem afstand van de door ROVER uitgesproken steun voor het idee, de studenten uit de spits te verbannen door hun colleges naar incourante tijden te verzetten.

De NS spant zich al met al onvoldoende in om de reizigers een behoorlijke zitplaatskans te leveren. Natuurlijk heeft ook Voor Beter OV er begrip voor, dat het in de spitsuren op korte trajecten niet lukt om alle reizigers een stoel te bieden. Maar de gang van zaken, waarbij door te korte treinen reizigers ook over lange afstanden moeten staan, of wegens plaatsgebrek zelfs achterblijven op het perron, is onaanvaardbaar: zij is de resultante van het door de NS niet voldoen aan een inspanningsverplichting. Het is niet voor niets dat de teller bij ConsumentenClaim reeds op dik 7.500 reizigers staat.


Rikus Spithorst, 7 december 2015